Geschiedenis van het waterbed
Het idee van een met water gevulde slaapondergrond is veel ouder dan het moderne waterbed. Al in de 19e eeuw werden watermatrassen gebruikt in de medische wereld om doorligwonden (decubitus) te voorkomen. Artsen zoals de Schotse arts Neil Arnott ontwikkelden eenvoudige watermatrassen om de druk op het lichaam beter te verdelen. Het gebrek aan duurzame materialen maakte grootschalig gebruik echter onmogelijk.
De doorbraak van het moderne waterbed kwam in 1968, toen de Amerikaanse designstudent Charles Prior Hall aan de San Francisco State University een matras van vinyl ontwikkelde die met water werd gevuld. Hij kreeg hiervoor in 1971 een patent. Dankzij de introductie van sterk en flexibel vinyl werd het waterbed praktisch, duurzaam en geschikt voor consumenten.

In de jaren '70 en '80 groeide het waterbed uit tot een wereldwijd succes. Vooral in de Verenigde Staten beleefde het zijn hoogtepunt: eind jaren tachtig bestond meer dan 20% van de verkochte matrassen uit waterbedden. Ook in Europa werd het waterbed steeds populairder vanwege het hoge slaapcomfort, de drukverlagende eigenschappen en de mogelijkheid om de matras te verwarmen.
Eind jaren zeventig introduceerden de Canadese ondernemer Douglas Damude en Hans Donk het waterbed vanuit een kleine winkel in Amsterdam. Het succes leidde tot de opkomst van vele andere merken en fabrikanten.
Terug naar overzicht